Het belang van Maslow in de praktijk van counselling

De betekenis van de theorie van Maslow in het algemeen voor counselling is dat Maslow duidelijk maakt dat er een rangorde is in de behoeften van mensen. Eerst moet een lagere behoefte bevredigd worden voordat een andere behoefte aan bod komt.

Voor de counsellor betekent dit dat hij in moet spelen op de laagste behoefte die nog niet bevredigd is. Van belang is verder om te weten dat niet alle mensen dezelfde behoeften hebben. Welke behoefte iemand belangrijk vindt om te bevredigen, is afhankelijk van de ontwikkeling die mens heeft doorgemaakt.

Persoongerichte counselling is één van de zijtakken van de "human psychology".
Omdat counselling sinds haar ontstaan in het midden van de vorige eeuw nog steeds in ontwikkeling is, wordt de onderliggende theorie van counselling ook steeds meer verfijnd.

Een voorbeeld daarvan: Carl Rogers en zijn "client-centered therapy" wordt samen met Maslow gezien als de grondlegger van de counselling.
Beide waren in hun onderzoek sterk gericht op de welvarende, westers-georiënteerde, Amerikaanse mens.
Zelfverwerkelijking is echter - zo kan duidelijk zijn - voor mensen die in armoede leven of voor etnische minderheden, een abstract iets.

Juist omdat counselling wil uitgaan van de cliënt en geen oplossingen "van buiten" wil aandragen , maar de cliënt slechts wil helpen zelf oplossingen voor zijn/haar eigen problemen te laten ontdekken, is er meer aandacht gekomen voor de persoonlijke geschiedenis van iedere cliënt. De psychologe Charlotte Buhler (1893-1974) is daarvoor van grote betekenis geweest.

Gerard Egan (1986) heeft een model geformuleerd dat in counselling veel wordt toegepast. Hoewel hij uitgaat van een meer behaviouristische stroming in de psychologie dan Maslow, wordt er op meerdere punten in zijn model ook gebruik gemaakt van de kennis van de behoeften van Maslow.

Voor meer informatie: zie pagina bronnen
of bijvoorbeeld: www.counselling.nl/magazine/maslow.html