Abraham Maslow - zijn leven

Abraham Maslow werd geboren in Brooklyn, in New York, in 1908. Hij was de zoon van joodse ouders die waren geëmigreerd uit Rusland. Abraham groeide op in geïsoleerde omstandigheden en had een erg ongelukkige jeugd. Hij was de oudste van 7 kinderen. In sociaal opzicht was het gezin geen veilige plek voor Abraham: zo vertelde hij later dat zijn vader hem meermalen in het openbaar belachelijk maakte. Zijn moeder, zo zei hij behandelde de kinderen nog slechter. Maslow betitelde haar als "a cruel, ignorant, and hostile figure, one so unloving as to nearly induce madness in her children". Omdat het gezin economisch gezien erg arm was, zat er een slot op de koelkast, waardoor de moeder de volledige controle over de voedselvoorziening kreeg. (Hoffman, 1988, p.7)

Deze houding van zijn ouders zorgde er voor dat Maslow later de nadruk legde op de positieve kant van de persoonlijke ontwikkeling van mensen. Juist door manier waarop zijn moeder hem behandelde en de kwaliteit van haar vaardigheden waarmee ze hem tegemoet trad. (Maslow, 1979, p. 958)
Juist door de moeite die hij zelf ervaren had , ontwikkelde hij zelf een visie op het belang van betere en hogere menselijke ervaringen.

Maslow begon aan een studie rechten, maar hield daarmee op toen hij er steeds meer achterkwam dat deze studie hem confronteerde met de slechte kanten van de menselijke geest en maar weinig liet zien van een positief mensbeeld... Daarom veranderde hij van studierichting en begon psychologie te studeren. Maslow verklaarde later dat op dit punt "zijn leven pas echt begon".

Hij promoveerde in de psychologie in 1934 aan de universiteit van Wisconsin bij professor Harry Harlow. Zijn dissertatie handelde over het seksuele gedrag van apen binnen een groep en de invloed van leiderschap binnen de groep hierop. Tijdens deze studie begon Maslow zich te interesseren voor de factoren die de hiërarchische structuur binnen een groep beïnvloedt: wat maakt dat het ene individu bevoorrecht wordt boven de andere?

Inmiddels was Maslow getrouwd met Bertha Goodman (een volle nicht van hem) en was hij vader geworden van twee dochters. De ervaring met het opvoeden van zijn eigen kinderen bracht hem tot de overtuiging dat de mechanistische benadering van personen niet overeenkwam met zijn eigen persoonlijke overtuiging. Hiernaast gebeurde er iets dat ook grote invloed had op zijn psychologische overtuiging. Aan het begin van de oorlog maakte hij een grote parade mee die was bedoeld om meer steun te krijgen voor deelname aan de oorlog na de aanval op Pearl Harbor. Hierbij werd, volgens Maslow, volstrekt genegeerd wat voor gevolgen een oorlog kan hebben. Terwijl de tranen over zijn wangen stroomden, beloofde hij zichzelf plechtig dat hij ervoor zou zorgen dat men erachter zou komen dat de mensheid in staat was om grotere dingen te bereiken dan haat en vernietiging. Hij zou dit doen door mensen te bestuderen die in de wereld psychologisch het meest gezond leken. (Hall, 1968) Deze twee ervaringen zorgden dus ervoor dat Maslow binnen zijn vakgebied een andere weg insloeg.

In 1951 werd Maslow professor aan de Universiteit van Brandeis. Vervolgens verwierf hij internationale faam na de verschijning in 1954 van zijn boek "Motivation and personality', gevolgd in 1968 door "Towards a psychology of being".

Maslow werd de woordvoerder/belangrijkste vertegenwoordiger van de humanistische (persoonsgerichte) psychologie. Hij overleed in 1970.