Zelfactualisering

Maslow ging er in de beschrijving van zijn theorie vanuit dat zelfverwerkelijking slechts voor een kleine (elitaire) groep was weggelegd.
We zien dat bij hem terugkomen in de historische voorbeelden die hij beschrijft als voorbeelden van "selfactualisers" (zie pagina 'kritiek op Maslow'). Inmiddels is door de toenemende welvaart in verschillende delen van de wereld zelfverwerkelijking binnen het bereik van steeds meer mensen gekomen. Binnen de counselling worden we met de gevolgen hiervan steeds meer geconfronteerd.
Door de toenemende welvaart en culturele veranderingen, ook op het gebied van onderwijs en gezinsleven, krijgen we te maken met een totaal andere wijze van opvoeden.


Veranderingen in opvoeding laatste 50 jaar

We kunnen in deze verandering 4 fasen onderscheiden:

  • Van plichten naar rechten
    De oudere generatie is opgegroeid met het idee dat ze plichten hadden.
    Je leerde je schikken naar de wensen van een ander. Je moest luisteren en gehoorzamen. Je deed wat er verwacht werd. Werken en presteren stonden hoog aangeschreven. Geleidelijk aan zijn de rechten van de persoon steeds belangrijker geworden. Je hebt recht van spreken. Werken is niet het enige, je hebt recht op genieten. Dit hangt ook samen met de evolutie van grote gezinnen naar de kleine kerngezinnen. In grote gezinnen was het evident dat je luisterde, anders werd het een chaos. Ieder kind was maar een deeltje van een groter geheel. De aandacht was verdeeld over velen. In de kleinere gezinnen staat het kind centraal, staat het op gelijke voet met de ouders en is er veel persoonlijke aandacht.
  • Van zelfopoffering naar zelfverwerkelijking
    In de vorige generatie leerden velen zich op te offeren en anderen ten dienste te staan. Veel vrouwen deden dat voor hun man en kinderen. Nu staan de ontplooiing van het kind centraal en de persoonlijke noden. Moeders moedigen hun dochter aan om zelfstandig te worden en te studeren. Zij zouden daardoor in de toekomst niet langer afhankelijk zijn van een man. De zelfverwerkelijking is het hoofdmotto voor ieder individueel gezinslid. Er geldt bovenal: "Iedereen moet opkomen voor zichzelf." Je leert spreken en assertief zijn.
  • Van uitstel naar onmiddellijke behoeftebevrediging
    In de kleine kerngezinnen, gekoppeld aan de algemene welstand, is het mogelijk om aan de individuele noden tegemoet te komen. Uitstellen en wachten hoeft niet meer. Iedere ouder tracht zo snel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van een kind.
    Iedereen kan krijgen wat en wanneer hij het wil. Soms wordt er over de "generatie van de verwende jeugd" gesproken. Zij leren minder omgaan met beperkingen en grenzen. Een "nee" zijn ze niet gewend. Krijgen ze toch niet wat ze willen, dan is de frustratie en de ontgoocheling groot, wat ze niet onder stoelen of banken steken.
  • Van 'doen wat ik zeg' naar overleg
    Daarnaast is er op gezinsvlak ook een duidelijke verschuiving waar te nemen wat betreft overleg en participatie.
    Een voorbeeld hiervan is de opvoedingsmethode van Gordon (zie pagina 'bronnen'). Jongeren groeien steeds meer op in een overlegcultuur, waarbij de ouders rekening houden met hun mening. De ouders stemmen af op de behoeften van jongeren. De kloof tussen ouders en kinderen wordt kleiner. Ze staan op voet van gelijkheid.
(bron: Luyens, 2003)

Waarom dit uitgebreide overzicht?
Het geeft veel informatie over de ontwikkeling die het "concept" zelfverwerkelijking sinds Maslow heeft doorgemaakt.
Belangrijk voor counselling kan het zijn dat men zich realiseert dat deze veranderende opvoeding ervoor zorgt dat veel mensen met andere verwachtingen en een andere houding naar school gaan, aan hun nieuwe baan beginnen, maar ook een (vriendschaps)relatie aangaan of een gezin starten of lid worden van een kerkelijke gemeente.
Veel teleurstellingen en problemen zijn ook terug te voeren op het verschil in werkelijkheid en wenselijkheid. Was bij Maslow het duidelijk dat "selfactualisation" door een kleine groep na veel inzet en inspanning en na lange tijd bereikt zou kunnen worden, tegenwoordig lijken velen het bijna te zien als een basisbehoefte. Daarmee wordt de piramide van Maslow in werkelijkheid op zijn kop gezet! Een belangrijk gegeven om rekening mee te houden in de counselling praktijk, of het nu gaat om relatiecounselling, schoolcounselling, stresscounselling of pastorale counselling.


De zelfactualisatie van Maslow binnen zijn theorie

Voor veel onderzoekers is het proces van zelfverwerkelijking als het meest interessant beschouwd in de theorie van Maslow.
Omdat Maslow zelf het moeilijk vond om exact aan te geven waaruit de zelfverwerkelijking nu precies bestaat, ging hij de term piekervaringen (peak-experience) gebruiken om momenten aan te duiden waarin de zelfverwerkelijking ervaren werd. Belangrijker dan dat er iets gebeurt, is het voor Maslow daarbij vooral belangrijk hoe iets ervaren wordt.
Als voorbeeld van een passieve piekervaring: het bekijken van een kunstwerk. Dát het gebeurt hoeft geen zelfverwerkelijking in te houden. Maar: vergeet je de tijd, terwijl je het kunstwerk ondergaat, word je er als het ware in ondergedompeld, ervaar je de kleuren als tastbaar? Dan kan er sprake zijn van een piekervaring volgens Maslow. Hiervoor wordt de term "flow" gebruikt (geďntroduceerd door de psycholoog Czikszentmihalyi). De ervaring die je ondergaat is volgens Maslow uitsluitend voorbehouden aan mensen.


Zelfactualisatie zichtbaar bij Rembrandt?

Zelfverwerkelijking van een persoon kan zijn hele leven duren. Van sommige kunstenaars is van dit proces ook een beeld gegeven via hun eigen werk.
Als voorbeeld nemen we twee zelfportretten van Rembrandt.
Links zien we een werk dat hij gemaakt heeft toen hij 34 was (National Gallery). In deze periode heeft Rembrandt veel succes en hij beeldt zichzelf af als een typische kunstenaar uit de Renaissance.
Het rechter zelfportret maakte hij toen hij ruim 60 jaar oud was (English Heritage). Hij geeft de kern van zijn persoonlijkheid weer door zichzelf af te beelden als schilder, met zijn schildersbenodigdheden in de hand.
(bron: Gleitman)


Het meten van zelfactualisatie

Om te zien in welke mate bij een persoon sprake was van zelfactualisatie werd materiaal ontwikkeld om dit te kunnen meten . Dat gebeurde al in 1964 door Shostrom en wordt meestal aangeduid met de afkorting POI (Personal Orientation Inventory). Natuurlijk verschenen al spoedig populaire versies, bijv. Jack van Minden, Psychologische tests, Business Contact 2002 (Maslow Need Questionnaire persoonlijkheidstest ten aanzien van zelfactualisering, blz. 161).

Verkorte lijst
om de mate van selfactualisatie te kunnen meten:

Ik schaam me voor geen enkele van mijn emoties
Ik voel dat ik moet doen wat anderen van me verwachten
(N)
Ik geloof dat mensen in wezen goed zijn en dat je mensen kunt vertrouwen
Ik voel geen angst ten opzichte van de mensen van wie ik hou
Het is altijd nodig dat anderen instemmen met de dingen die ik doe
(N)
Ik accepteer mijn eigen zwakheid niet
(N)
Ik kan mensen aardig vinden zonder dat ik goedvind wat ze doen
Ik ben bang om fouten te maken
(N)
Ik vermijd het om dingen te analyseren en om ingewikkelde dingen te versimpelen
(N)
Het is beter om jezelf te zijn dan om geliefd te zijn
Ik leef niet speciaal voor een bepaald doel
(N)
Ik geef uiting aan mijn gevoelens, ook wanneer dat voor mij onaangename gevolgen heeft.
Ik voel me niet verantwoordelijk om andere mensen te helpen
(N)
Ik kan er echt bang voor zijn dat ik tekort schiet
(N)
Ik krijg liefde omdat ik liefde geef

de bedoeling is om aan te geven of je het met deze uitspraken:
eens bent,
een beetje eens bent
een beetje oneens bent
of oneens bent.

De uitspraken die gevolgd worden door een (N) gaan in de negatieve richting. Dat suggereert dat als je het hiermee niet eens bent, je een grotere mate van zelfactualisatie hebt (McAdams,1990).